Losbol: Boek met verhalen over leren kijken
'Ontmoeting' is inmiddels in een geheel herziene versie opnieuw uitgegeven
onder de titel 'Losbol' door Trivium Sneek.
Interview door Rynk Bosma
Tekst van de achterpagina van het boek
Interview door
Loek Meijer.
Interview door
Wendy Noordzij
Interview
door Angeline Kerver
Interview door Martine
van der Linden - Friese Post
Interview door Janke
Wijnia
Bibliotheek recensie
Interview door Rynk Bosma
Wilke Verhof:
‘Ik vind niet dat ik blind ben, dat vinden andere mensen’
WOUDSEND – ‘Ontmoeting’ (zie
opmerking boven)
is de titel van het boek dat Wilke
Verhof (1952) uit Woudsend onder de schrijversnaam Willemeine Bol heeft
geschreven en dat afgelopen week verscheen. Het is een bundel ‘met verhalen over
leren kijken’ van een vrouw die al blind is vanaf haar geboorte. De titel heeft
betrekking op een door de schrijfster gecreëerd domein waar twee werelden elkaar
kunnen ontmoeten: een ‘bruggetje’ tussen de visuele wereld van de mens die
altijd alles heeft kunnen waarnemen met beide ogen en de wereld van de mens die
het daar altijd zonder heeft moeten stellen.
,,Als je bijna vanaf je geboorte blind bent dan ga je andere zintuigen ontwikkelen, je
oren en je gevoelsleven, en die worden sterker ontwikkeld dan bij ziende mensen.
Ik vind namelijk niet dat ik blind ben, dat vinden andere mensen van mij. Het
leven heeft mij zo op de wereld gezet en daar had ik het mee te doen, dat past
bij mij. Dus er is geen sprake van een handicap.’’Als je geen ogen hebt om de
wereld waar te nemen dan moet je uit details beelden opbouwen om tot een geheel
te komen. Bij ziende mensen is dat anders: ,,Mensen die kunnen zien kijken van
buiten naar binnen en blinde mensen kijken van binnen naar buiten, die moeten
hun handen strekken om de tastbare wereld te verkennen,’’ zo legt Wilke Verhof
het belangrijkste verschil uit.
Het leven zonder ogen maakt haar leven niet minder mooi. De wereld zoals zij die
ervaart, dat probeert Wilke in haar verhalen neer te leggen, ervaringen en
belevenissen over haar eigen persoon zonder dat het blind zijn wordt benadrukt
of uitgelicht. En belevenissen en reizen waren er genoeg in haar leven.
Geboren in het Brabantse Oisterwijk verkaste zij, na veertien jaar intern te hebben
gewoond, naar het grotere Eindhoven. Twee jaar Mozambique en vijf jaar Rwanda
maakten haar wereld nog groter en het is vanaf die tijd dat zij af en toe haar
ervaringen in verhaalvorm opschreef omdat mensen haar zo vaak vragen stelden
over hoe het nu was om blind te zijn.
Een toevallige zeiltocht over de Friese meren deden haar en haar partner kunstenaar
Rob Schrijver aanleggen in het dorp Woudsend. ,,Het is een mooi dorp en het was
goed wonen,’’ zo waren haar impressies toen, nu al weer een acht jaar geleden.
Haar man Rob Schrijver gaf les, was kunstenaar en trok vaak voor een praatje het
dorp in. Een mooie tijd voor Wilke Verhof.
Tot drie jaar geleden Rob overleed. Het beeld van de laatste tocht van Rob zit nog
in haar hoofd: ,,Vanuit Restaurant De Watersport werd de kist weggebracht op
zo’n ouderwetse boerenkar met een Fries paard ervoor. En de ‘mannetjes van de
brug’ waar Rob altijd een praatje mee maakte, stonden langs de kant van de weg
met de pet in de hand. Die saamhorigheid toen in het dorp, niet de deur bij
elkaar platlopen, maar er zijn als het nodig is, dat is het mooie van Friezen.’’
,,Het is nu een veel te geïsoleerd leven, niet leuk meer, alleen nog maar veilig.’’ Want het blijft
natuurlijk af en toe onhandig dat je niet kunt zien, vooral verjaardagen of
recepties ervaart Wilke als rampzalig. Waar ziende mensen de zaal in een keer
kunnen overzien blijft zij lange tijd in het ongewisse wie waar zit. Onhandig,
maar niet lastiger dan iemand die niet kan klussen met een kapot dak….
Af en toe vragen mensen haar of zij kan koken en dan is zij verbijsterd over zo
veel gebrek aan inlevingsvermogen bij andere mensen. En dat beeld van andere
mensen over de wereld van haar wil zij met haar boek wat dichter bij elkaar
brengen.
naar boven
Tekst
van de achterpagina van het boek:
Willemeine Bol is een bijzondere vrouw. Een blinde
vrouw. Een vrouw die kan zien met haar oren, haar handen, haar gevoel en
niet te vergeten haar buik. Op heel jonge leeftijd stond haar besluit al
vast: ik kan het alleen. Maar haar leven vult zich met anderen. Nonnen,
vriendinnen met kijkogen en vriendinnen die niet kunnen zien. Vrienden voor
even en vrienden voor altijd. Medereizigers, wildvreemden. En vooral haar
grote liefde. Of eigenlijk twee: de hond en de man.
Willemeine is een avonturier. Iets niet durven? Ben je
gek, Willemeine durft alles. Iets niet kunnen? Onmogelijk. Paardrijden,
schaatsen, zeilen, reizen per trein en in het vliegtuig, werken achter de
bar of met gehandicapte kinderen. Ze woont overal en nergens, samen en
alleen. Thuis, in het internaat, op kamers, in Afrika, in Woudsend. Ze
fietst zelfs, alleen, hoewel ze bijna in de Maas belandt. Grenzen van
geluid, maar verder grenzeloos. Hoewel, de auto…..
In haar boek LosBol neemt Willemeine de lezer mee haar
leven in. Ze speelt met het perspectief. Ze groeit van zij, naar, jij, naar
ik. Vrolijke en verdrietige verhalen. Vallen en opstaan. Een andere kijk op
een boeiend leven. Kijk maar mee.
naar boven
Interview door
Loek Meijer.
“Ik
heb op een andere manier leren kijken.”
Interview met Willemeine Bol.
Willemeine Bol (1952) is kort na haar geboorte blind geworden. Zij ervaart
een rivier van onbegrip tussen haar wereld en de wereld van mensen die met
hun ogen kunnen kijken. In haar boek Ontmoeting
(zie opmerking
boven)wil zij de mensen uit de
ziende wereld laten zien dat zij op een andere manier heeft leren kijken.
Hiermee hoopt zij de rivier van onbegrip te kunnen overbruggen.
In
een interview met Vincent Bijlo hoorde Willemeine hem vertellen dat
blindheid voor hem geen handicap is; blindheid is voor hem geen gebrek aan
een bepaalde capaciteit, maar een bij hem passende eigenschap, lichtte hij
toe. Deze zienswijze herkende Willemeine ten volle.
Ontmoeting (zie
opmerking boven)bevat een groot aantal korte verhalen waarin de auteur situaties
en ervaringen in haar leven beschrijft. Een rijk leven, want noch het
spontane kind, noch de wat ingetoomde vrouw ontbrak het aan moedige, soms
overmoedige nieuwsgierigheid. Behalve verhalen staan er ook gedichten en
korte beschouwingen in het boek.
Na
lezing van het boek heb ik een afspraak met de auteur gemaakt om over een
paar dingen te kunnen doorpraten.
In je
boek noem je Vincent Bijlo. In zijn romans en cabaret wordt heel wat verteld
waarvan zienden zouden kunnen leren. Naast hem zijn er ook andere blinde
auteurs die over hun ervaringen schrijven. Kon je daar nog iets aan
toevoegen?
De informatieve doelstelling is er natuurlijk; ik noem die zelf in de
inleiding. Daarbij komt uiteraard ook de behoefte om erover te vertellen.
Ongewild ben je jezelf toch geregeld bewust van het feit dat je niet kunt
zien, terwijl de meerderheid van de mensen om je heen dat wel kan. Als
mensen met mij in contact komen, worden zij zich ook van dat verschil
bewust. Dat roept vragen bij hen op. Als zij die aan mij stellen, geef ik
daar mijn persoonlijk antwoord op. Dat antwoord zal niet steeds hetzelfde
zijn als wat andere blinden vertellen. Mijn boek kan daarom een nuttige
aanvulling zijn.
De
ondertitel van je boek is: "Verhalen over leren kijken". Wil je zienden
leren kijken of wil je vertellen over hoe jezelf hebt leren kijken?
Het gaat
vooral over mijn eigen leerproces. In mijn puberteit kwam ik tot het besef
dat er twee werelden waren: de wereld van de mensen die met hun ogen kunnen
kijken en de wereld van de mensen die dat niet kunnen. Ik moest mijn weg in
die wereld van zienden proberen te vinden en toch mijzelf zien te blijven.
Daarvoor was het nodig dat ik mijn resterende zintuigen goed gebruikte en
dat ik het vermogen om emotioneel waar te nemen ontwikkelde. Ik moest als
het ware mijn buik ogen geven.
Hoe komt het dat je jezelf pas in je
puberteit bewust werd van die twee werelden?
Van mijn vijfde tot mijn achttiende heb ik op een blindeninstituut
voor meisjes gezeten. Op dat internaat was blind of slechtziend zijn gewoon.
In die kleine wereld kwam je feitelijk geen belemmeringen tegen. In de
fysieke waarneming speelde zien nauwelijks een rol. Je gebruikte je oren, je
neus en je handen als je iets wilde weten. Niemand vormde daar een
uitzondering op. Bovendien is de kinderwereld per definitie natuurlijk een
kleine wereld. Tijdens de vakanties in het ouderlijk gezin voelde ik me
weliswaar meer blind dan op het internaat, maar dan genoot ik nog de
veiligheid van het gezin. Pas toen ik buiten het internaat onderwijs ging
volgen, werd het menens.
Het
valt me op dat de jonge Willemeine een spontaan, soms zelfs roekeloos kind
is. De volwassen Willemeine is weliswaar ook erg ondernemend, maar is de
spontaneïteit kwijt. Zij is erg bezig met hoe anderen haar zien. Heb je daar
een verklaring voor?
Dat heeft denk ik te maken met waarover wij het zojuist hadden. Op het
internaat was ik wat mijn blindheid betreft net als de anderen. Met zien of
niet zien hoefde ik me niet bezig te houden. Ik mag zeggen dat ik een
hennetje de voorste was dat gemakkelijk vriendinnen maakte. Mijn voorstellen
kregen bij mijn groepsgenoten ook vaak bijval. Dit kwam de groepsleidsters
niet altijd goed uit. De reactie die ik bij hen opriep heeft zeker een
aanslag op mijn spontaneïteit gepleegd. Daardoor ben ik me meer bewust
geworden van wat mijn gedrag bij anderen teweeg bracht. In contact met de
buitenwereld begon ik me te realiseren dat ik als blind meisje - met de
nadruk op blind - werd gezien. Het is niet voor niets dat ik weigerde met
een witte stok de straat op te gaan. Toen ik het internaat verliet, werd dat
besef alleen maar groter. Toen werd blindheid voor mij een onderwerp van
betekenis. Tegen deze achtergrond moet de volgende passage uit de flaptekst
van het boek worden gelezen: "En altijd die ogen - Ogen die kijken. - Kijken
naar jou".
Door
de publicatie van dit boek, waarin je jezelf niet zelden in je kwetsbaarheid
presenteert, vestig je - mogen we hopen - nogal de aandacht op jezelf. Is
dat niet in tegenspraak met het gevoel dat onder die geciteerde passage
ligt?
Ik ben zo met het vertellen van mijn verhaal en daarna met de technische
productie bezig geweest, dat ik me pas met het eerste exemplaar van het boek
in mijn hand afvroeg wat het voor gevolg kan hebben dat mijn kwetsbare kant
op straat ligt. Ik schrok er even van. Mijn andere kant schoot me echter te
hulp. Dat is de kant van mijn zelfrespect. Ik denk dat ik met mijn
mogelijkheden veel heb gedaan; dat ik veel heb beleefd en bereikt. Ik mag
daar trots op zijn. Ik wil dat graag aan anderen laten zien. Als ik me
zielig had gevoeld door mijn blindheid, had mijn leven er heel anders uit
gezien. Mijn kwetsbaarheid zie ik trouwens niet als een pendant van mijn
blindheid. De blindheid kan me onzeker maken, omdat ik wil dat men langs die
blindheid heen naar mij kijkt, maar waarin ik kwetsbaar ben dat is in mijn
emotionele relaties. Of ik nu blind ben of niet, het is zaak dat ik ondanks
die kwetsbaarheid persoonlijke onafhankelijkheid weet te bewaren. Dat is een
opgave. Ik denk echter dat ik hierin aardig ben geslaagd.
Ondanks je blindheid heb je na een administratieve opleiding een opleiding
tot verpleegkundige gevolgd en afgerond. Je hebt ook een jaar of vijf als
verpleegkundige gewerkt. We lezen erover in je boek. Wilde je de wereld
laten zien dat dit kon?
Ik denk dat geldingsdrang mij niet vreemd is, maar op deze manier werkt ze
bij mij niet. In de verpleging gaan was mijn kinderdroom en daar ben ik
trouw aan gebleven. Dat zou niet zijn gelukt als ik zomaar bij een opleiding
had aangeklopt. Ik heb die droom kunnen realiseren doordat ik toevallig
goede contacten had met iemand die de mogelijkheid en de bereidheid had mij
een kans te geven. Bij mijn collega's heb ik trouwens nooit verbazing
hierover bespeurd.
Hoe
komt het dat het niet bij de verpleging is gebleven?
Het werken als verpleegkundige beviel me goed en degenen voor wie ik werkte
- zowel patiënten als leidinggevenden - waren ook tevreden. Het was echter
wel heel zwaar voor me. Hierdoor moest ik na vijf jaar toch voor dit beroep
worden afgekeurd.
Wat
ben je toen gaan doen?
Het was de tijd van het feminisme. Daarbij voelde ik me thuis. Na een tijdje
kon ik zelfhulpgroepen leiden. Eén van de verhalen gaat daarover. Hieraan
kwam een eind door mijn besluit mijn partner naar Mozambique te volgen. Hij
ging daar aan het werk voor een Nederlandse hulporganisatie.
Ik
stel me voor dat je, verwend door allerlei voorzieningen hier, je in Afrika
behoorlijk geïsoleerd voelde. Deed dat niet een enorme aanslag op je
zelfstandigheidsstreven?
Ik was een grote bijzonderheid in Mozambique. Men had geen ervaring met
blinde mensen. De Mozambikanen zijn echter heel geïnteresseerd, waardoor ik
wel contact kon leggen. Ik had er echter niet zo’n bewegingsvrijheid als
hier en er waren nauwelijks mogelijkheden voor werk. Ik heb uiteindelijk wel
wat vrijwilligerswerk op administratief gebied kunnen doen. Van verveling
heb ik echter geen last gehad. Ik heb er leren dansen en feesten; dat is
heel goed voor mijn zelfvertrouwen geweest.
In
Rwanda, waar ik vijf jaar heb gewoond, was het anders. Daar heb ik als
telefonist gewerkt in het bedrijf waar mijn partner directeur was. Frans was
daarbij de voertaal. Dat was aanvankelijk beven en zweten.
Door de oorlogssituatie moest ik helaas naar Nederland terugkeren, wat werd
versneld doordat mijn partner de relatie beëindigde.
Heb je
in Afrika nog contact met andere blinden gehad?
Ik ben een keer met mijn partner mee geweest naar een blindenschool. Ik moet
bekennen dat ik daar niet goed raad mee wist. Evenals bij andere projecten
die vanuit het buitenland worden gesteund, overviel mij een grote
machteloosheid. Natuurlijk, het is nodig dat zulke projecten een kans
krijgen, maar het vergt wel erg veel idealisme om te geloven dat er op den
duur resultaat wordt geboekt. Ikzelf ben meer het type voor ondersteuning
die 1 op 1 kan worden gegeven.
Is
schrijven altijd een hobby of behoefte van je geweest?
Toen ik in Mozambique was heb ik het idee gekregen om dit boek te gaan
schrijven. Daarvoor had ik wel eens een gedicht gemaakt, maar ik kan niet
zeggen dat schrijven bij mij hoorde. Het werk aan dit boek is me echter heel
goed bevallen. Ik denk dat ik wel met schrijven doorga.
Je
verhalen zijn nu eens in de jijvorm, dan weer in de ik- of zijvorm
geschreven. Ligt daar een bewuste keuze aan ten grondslag?
Nee, daar heb ik nooit bij stilgestaan. Ik denk dat het te maken heeft met
de afstand die ik tot de beschreven situatie of ervaring voelde. De jijvorm
is voor mij denk ik nog het persoonlijkst, het meest nabij.
Het
verbaasde mij dat je jezelf zo moeilijk aan een geleidehond kon overgeven.
Je wekt nou niet direct de indruk dat je bang bent uitgevallen. Kun je dat
verklaren of heb ik het mis?
Nee, je hebt dat goed gelezen. Ik kan me inderdaad tamelijk gemakkelijk in
avonturen storten. Daarover laat het boek geen misverstand bestaan. Dat is
echter nooit onvoorwaardelijk. Ik wil het niet zover laten komen dat ik
niets meer te vertellen heb. Uiteindelijk - soms vroeg, soms laat - ben ik
het zelf die de keuze maakt. Dat werkt dus door in het lopen met de
geleidehond.
naar boven
Interview door
Wendy Noordzij:
Wilke Verhof uit Woudsend schrijft boek met verhalen
over leren kijken
'Het is prima om blind te zijn, het past bij mij'
WOUDSEND ,,Met mijn boek wil ik vertellen dat het helemaal niet rampzalig,
sneu of jammer is om blind te zijn. Het past bij mij. Ieder mens moet in
zijn leven bepaalde moeilijkheden overwinnen. Dat is goed. In een gespreid
bedje leer je niets", vertelt Wilke Verhof uit Woudsend. Deze week
verschijnt haar boek 'Ontmoeting'.(zie
opmerking boven)
Hierin schrijft ze, onder het pseudoniem
Willemeine Bol, open en eerlijk over gebeurtenissen in haar leven, zoals
haar jeugd, haar grote liefde en haar thuisbasis Woudsend.
De
schrijfster, die in november 1952 blind werd geboren in het stadje
Oisterwijk, heeft volgens eigen zeggen een bewogen leven achter de rug. Dat
leverde genoeg stof op voor het schrijven van 'Ontmoeting'(zie
opmerking boven).
Ze begint haar boek met herinneringen aan
haar jeugd, zoals de dag dat ze naar het internaat werd gebracht. ,,De
eerste weken vond ik het vreselijk om niet naar huis te kunnen, maar
achteraf ben ik blij dat ik op het internaat heb gezeten. Ik heb daar veel
geleerd. Het was een openbaring om te leren lezen en schrijven. Bovendien
was het internaat voor mij de veiligste plek ter wereld, aangezien alle
kinderen blind en slechtziend waren."
De
stap om de wijde wereld in te gaan, herinnert Wilke zich als een spannende
keuze. ,,Als puber ga je de wereld anders bekijken. Ik werd onzeker. Ik weet
wie ik ben, maar wie ben jij nou eigenlijk? Naarmate ik ouder werd, begon ik
me steeds zekerder te voelen. Ik merkte dat ik anderen op hun gemak kon
stellen. Ik ben blind, maar meer ook niet."
Ze
ging aan het werk, trouwde, werd lid van een vrouwenbeweging en ging in een
new age centrum werken. Tot ze haar toenmalige vriend achterna reisde naar
Mozambique. ,,Toen ik ging vliegen kreeg ik zo'n VIP behandeling, dat je
gemakkelijker van hier naar Mozambique kunt vliegen, dan naar Eindhoven
reizen met de trein", zegt ze lachend.
In
Afrika werd de schrijfster vreemd aangekeken. ,,Ik deed allerlei klusjes op
het ministerie, zoals kopiëren. Dat een blinde achter de kopieermachine
stond, vonden ze heel raar. Toen ik een collega van mijn vriendje daarna een
glaasje whiskey met ijs in schonk, geloofden ze me helemaal niet meer. Ze
dachten dat ik hem voor de gek hield."
De
Mozambikanen zijn heel nieuwsgierig van aard, daardoor klikte het goed met
de bevolking. Toen Wilke naar Rwanda vertrok omdat haar vriend daar
directeur werd van een medicijnen distributiebedrijf, merkte ze het verschil
met de Rwandezen. ,,Zij waren meer ingetogen." Ook in Rwanda vond men haar
vreemd. ,,Ik kreeg een baan als receptioniste, terwijl ik voor hen de vrouw
van de directeur was. Ze snapten er niets van." Toen de situatie in het land
te gevaarlijk werd en ook haar relatie op de klippen was gelopen, besloot ze
alleen terug te gaan naar Nederland.
Ze
kreeg een woning toegewezen in Eindhoven en probeerde vrijwilligerswerk te
vinden, totdat ze de liefde van haar leven ontmoette. ,,Hij was een echte
watersportliefhebber en zo kwam ik na vele omwegen uiteindelijk in Woudsend
terecht." Aan de tijd die ze samen hadden, koestert Wilke hele goede
herinneringen.
,,Hij
was kunstschilder. Ik kon zijn schilderijen niet zien. Dat vond hij wel
prettig. Zo kon ik ook geen commentaar leveren. We maakten samen liedjes.
Hij schreef de tekst, ik de muziek. Na zijn overlijden heb ik het een tijdje
heel erg moeilijk gehad."
Woudsend is voor haar nog steeds een veilige haven. ,,De mensen zorgen voor
je. Dat is fijn, al zullen er natuurlijk best mensen zijn die zich het niet
voor kunnen stellen dat ik zelfstandig woon, kook en boodschappen doe.
Daarom heb ik in het boek een verhaal opgenomen waarin ik beschrijf hoe ik
een preitaart bak", zegt ze lachend. ,,Ik vond het wel moeilijk om op te
schrijven, want ik ben gewend om de handelingen uit te voeren."
Al
zo'n twintig jaar geleden sprak Wilke met een vriendin over het schrijven
van een boek. ,,Mensen stelden me altijd zoveel vragen, dat is overigens
goed en ze moeten het vooral blijven doen, maar toch wilde ik proberen mijn
verhaal op te schrijven. Het idee bleef jarenlang in mijn achterhoofd hangen
tot ik vorig jaar besloot aan de slag te gaan. Dit jaar wilde ik het klaar
hebben en dat is gelukt."
Een
belangrijke boodschap in het boek is dat Wilke uitstekend kan waarnemen.
,,Alleen op een andere manier dan met mijn ogen. Om waar te nemen gebruik ik
het vleermuizensysteem. Ik maak geluid en dat weerkaatst tegen de muren. Als
ik een ruimte binnenkom, hoor ik hoe groot deze is. Ook op straat en op het
paard kan ik me door middel van geluid heel goed oriënteren. Datzelfde geldt
in huis. Ik vraag me nooit af waar ik ben, ik weet precies waar alles
staat."
Ook
uit de stemmen van anderen kan de inwoonster van Woudsend heel veel opmaken.
,,Omdat ik een belangrijk stuk informatie mis, zoals de gezichtsuitdrukking
of de oogopslag van iemand, concentreer ik me op de stem. Ik hoor of iemand
zich op zijn gemak voelt, nerveus, verdrietig of blij is."
Daardoor kijkt ze op een andere manier naar de werkelijkheid. ,,Ik kijk
vanuit het detail naar het geheel. Daardoor kan ik natuurlijk niet alle
details opslaan. Als ik bijvoorbeeld in een wachtkamer ben, weet ik alleen
in welke stoel ik zit. De rest van de ruimte kan ik niet waarnemen. Maar dat
vind ik ook helemaal niet interessant. Ik hoef het ook niet te weten.
Anders is dat als ik bijvoorbeeld bij een vriendin op visite ben. Dan vind
ik het wel leuk om een beschrijving te krijgen van die ene mooie plant of
dat ene bijzondere schilderij. Dan wil ik alles weten."
De
schrijfster heeft bewust voor de visuele wereld gekozen. ,,Ik vind het
belangrijk om er goed uit te zien. Mensen kijken het eerst naar je uiterlijk
en luisteren pas daarna naar wat je zegt. Als je uiterlijk niet bevalt,
krijg je al snel een plaatje opgeplakt. Dat wil trouwens niet zeggen dat ik
dat niet doe. Het horen van een stem roept bij mij ook een beeld op."
Het
schrijven van allerlei herinneringen was soms emotioneel. ,,Ik beleefde
alles opnieuw. Ik kwam er achter dat sommige dingen me heel diep geraakt
hebben. Soms dacht ik: Heb ik dat allemaal meegemaakt?" Een titel was snel
gevonden. ,,Ontmoeten. Dat heeft alles te maken met wat ik belangrijk vind.
Ik vind dat mensen meer met hun hart zouden kunnen kijken en minder met hun
ogen. Sommigen staan tegenwoordig zo snel met een oordeel klaar. We zouden
elkaar opnieuw moeten ontmoeten, maar dan open en eerlijk."
Inmiddels heeft de
schrijfster al heel veel reacties gekregen. ,,De mensen aan wie ik het boek
heb laten zien, begonnen gelijk te lezen. Ze waren heel enthousiast." Het
boek is uitgebracht onder het synoniem Willemeine Bol. ,,Niet om me te
verschuilen, maar omdat ik het een mooie naam vind", legt Verhof uit.
Een
aantal verhalen springen er voor haar echt uit. ,,Ik ben het meest blij met
het hoofdstuk 'Ontmoeting'(zie
opmerking boven)
waarin ik mijn laatste lief tegen het lijf loop.
Ik vertel hoe dat ging. Het is mijn lievelingsverhaal. Daarnaast ben ik blij
met het verhaal over Liesje op het internaat. Daarin kun je zien wat een
ontzettend gemeen kind ik kon zijn. En dan tenslotte is het verhaal over Juwel mij heel dierbaar. Juwel is het paard waar ik iedere week op rijd en
waarbij ik mij heel stevig en vrij voel."
naar boven
Interview
door Angeline Kerver:
Blind zijn is niet niet-zien,
blind zijn is anders kijken
Willemeine Bol vertelt in de
verhalenbundel‘LosBol’ over haar kleurrijke leven
Haar hand glijdt over het kaft van het
boek. De regenboogiris van het oog dat is afgebeeld, bolt op. Die is in
reliëf gedrukt. “Het is gelukt!” zegt ze tevreden. Het plan om een boek te
schrijven over haar leven als blinde vrouw, is jaren geleden ontstaan.
Mensen vroegen telkens hoe haar leven als blinde vrouw eruit zag. “Ik
schrijf het op, dacht ik, dan kan ik laten zien dat mijn leven niet anders
is, alleen omdat ik blind ben. Ik ben een gewoon mens, maar ik heb wel
bijzondere dingen meegemaakt.”
Willemeine is blind geboren. Ze ziet
niets, zelfs geen zwart of grijs. “Eigenlijk zie ik alles,” zegt ze, “alleen
op een andere manier. Ik kijk met mijn oren, mijn huid, mijn buik. Wat
iemand uitzendt, hoe de stem is, die signalen vang ik op. Met mijn hart lees
ik de boodschap, de gevoelens. Ik heb dat geleerd, omdat ik altijd blind
geweest ben.”
Willemeine is in 1952 geboren in
Oisterwijk, de jongste en het enige meisje in het gezin. Ze heeft vier
broers. “Als kind ben je wie je bent. Voor mij was blind zijn gewoon een
gegeven, zo was ik. Pas in de puberteit ging ik beseffen dat mensen mij
anders vonden, niet dat ik anders was.”
Toen Willemeine vijf jaar was, ging ze
naar het internaat. “Daar heb ik alles geleerd wat alle kinderen op school
leren: lezen, schrijven enzovoort, en nog een beetje extra. Lopen met de
blindenstok, dat moest en dat vond ik eerst vreselijk. Alleen reizen met de
bus. Mijn vader wilde mij van de bus halen, maar mijn moeder zei, dat ik
moest leren dit alleen te doen. Een dappere moeder!”
Het internaat was een veilige omgeving
waar Willemeine overal kon spelen. En leren fietsen! Ze heeft zelfs in haar
eentje een tochtje langs de Maas gemaakt. Tot haar 18e heeft ze daar
gewoond. Blind zijn is nooit een belemmering geweest om dingen te
ondernemen. Misschien juist het tegenovergestelde. Ze heeft een opleiding
gevolgd in de zwakzinnigenzorg, zoals dat toen heette. “Wat ik daar allemaal
heb meegemaakt! Dat moet iedereen maar in mijn boek lezen. Ik denk dat ik de
enige blinde vrouw ter wereld ben, die dit werk gedaan heeft.”
Haar leven bewoog zich eerst langs
veilige paden: ze werd verliefd en trouwde. Maar na haar opleiding ging ze
werken in de vrouwenbeweging, leerde ze de vrije liefde kennen en werkte ze
in een newagecentrum. Ze ging scheiden. De grote wereld wachtte. Ze reisde
haar nieuwe liefde achterna naar Mozambique en Rwanda. “Ik had inmiddels een
dikke bouvier, mijn geleidehond Adje. Met hem voelde ik mij overal veilig.
Wat een lefvrouw was ik toen. Ik liep helemaal in mijn eentje door Kikali
(hoofdstad van Rwanda) met Adje!” Oorlog en het einde van de liefde waren de
redenen om naar Nederland terug te keren.
“Voor het eerst ging ik alleen wonen. Ik
heb mijn laatste grote liefde ontmoet. Wij zijn letterlijk in Woudsend
verzeild geraakt: zeilend dus, dat had ik inmiddels geleerd. “Los Bol,” zei
hij als we de vaste wal verlieten. Vandaar de titel van mijn boek. Nu woon
ik in Sneek. Ik onderneem nog steeds heel veel: bijvoorbeeld
simulatiepatiënt zijn bij de verpleegopleiding. En ik ben ongelooflijk trots
op mijn boek.”
Blind zijn is onbekend en ook de media
laten het niet zien. “Iemand zei eens tegen mij: Ga jij naar de kroeg? Dat
kan niet, blinden gaan niet naar de kroeg. Nou, ik wel, en ook paardrijden,
yoga, zingen, schaatsen, met soms letterlijk vallen en opstaan. En
schrijven. En daarom heb ik dit boek geschreven.”
naar boven
Interview door Martine
van der Linden - Friese Post
Wilke Verhof: pionier in
haar eigen leven
Ze kijkt met haar hart.
Voor de rest wil ze dat haar manier van leven zo min mogelijk verschilt van
dat van anderen. Willemeine Bol, pseudoniem van Wilke Verhof (53), is blind
geboren. Ze heeft een boek geschreven waarin zij in fragmenten laat lezen
hoe zij het leven beleeft. ‘Als kind had ik besloten om niet bang te zijn.
Angst brengt me nergens, dat wist ik toen al.’
Ze woont in Woudsend,
waar ze naar eigen zeggen geniet van de rust die Fryslân biedt en de
vriendelijke, geduldige mensen. Haar accent verraadt niet dat haar wortels
in het Brabantse Oisterwijk liggen. ‘Ik hoor dat vaker,’ glimlacht Wilke
Verhof terwijl ze koffie zet. Haar geleidehond houdt haar in de gaten vanuit
de mand, zijn kop op de rand. ‘Ik pas me snel aan wat accenten betreft.’
Geen angst
Haar boek, de
Ontmoeting (zie
opmerking
boven): verhalen over leren kijken, laat lezen dat ze zich niet alleen
aanpast aan het accent waarmee in haar omgeving gesproken wordt. Wilke wil
dat haar blindheid zo min mogelijk haar leven anders maakt dan dat van
mensen die wel kunnen zien. Ze heeft een uitdaging gemaakt van haar leven,
puur en alleen door geen angst te willen kennen. ‘Ik ben nooit bang
geweest,’ legt Wilke uit. ‘Misschien toen ik héél jong was. Maar angst
brengt me nergens, dat wist ik toen al. Ik besloot om niet bang te zijn. Wat
ik spannend vind, dat vind ik spannend en daar moet het bij blijven. Uit
nieuwsgierigheid ga ik het vervolgens wel doen. Zo van: ik ben er bang voor,
wat is dat dan voor spannends? Laat ik het maar onderzoeken.”
Zo kwam het dat ze als
kind al graag rende en fietste – op gehoor en gevoel. Paardrijden is ook een
hobby al doet ze dat niet meer zo vaak. Grote reizen heeft ze gemaakt, naar
Mozambique en Rwanda om bij een geliefde te zijn. Ze heeft bovendien nog
gewerkt in een instelling met gehandicapte kinderen. ‘Wat heb ik dáár
gezwoegd!’ herinnert ze zich. ‘Omdat je niet kan kijken moet je gewoon 120%
geven, in plaats van 100%. Maar het was erg leuk om te doen.’
Wilke kreeg de ruimte om
pionier te zijn in haar eigen leven vooral van haar moeder. ‘Mijn moeder en
ik lijken op elkaar,’ legt Wilke uit. ‘We vinden beiden dat je wel kan
zeuren, maar dat helpt verder niets. Je kunt beter wat doen. Op een gegeven
moment reisde ik als kind alleen van het internaat te Grave, waar ik op zat,
naar huis. Mijn moeder stond doodsangsten uit, maar wist dat ik het vroeg of
laat toch alleen moest doen. Daar kwam bij dat mijn moeder een
pensioensbedrijf had, dus ze kon me niet constant in de gaten houden. Ze
moest me wel laten gaan.”
In de jonge jaren
Dat internaat was echter
iets waar Wilke in eerste instantie liever nooit naartoe was gegaan. ‘Je
bent je veiligheid kwijt,’ verklaart de schrijfster de gevoelens van toen.
‘Als je van huis weg moet, heb je alleen jezelf nog. Dat is wel veel als je
nog zo klein bent. Ik was nog maar vijf. Dat is gewoon te jong. Ik keek
altijd erg uit naar de vakanties of de bezoekjes van mijn ouders. Maar ik
kijk er ook wel met goede gevoelens naar terug. Ik heb er veel kunnen spelen
en heb me er veilig gevoeld.’
Ook haar eerste liefde
ontmoette Wilke daar, waar ze met een glimlach over vertelt. ‘Ik stond in de
gang, tegen de muur geleund. Ik ging een broodtrommel ophalen. Toen kwam er
iemand langs gelopen en die zei : “hoi”. Ik zei “hoi” terug en de vonk sloeg
over. Ja, dat was een mooie tijd. Ik word verliefd op een stem. Stemmen doen
hetzelfde als een oogopslag. Maar als ik een stem hoor, weet ik alleen nog
niet hoe iemand eruit ziet en dat kan wel tegenvallen.’ Lachend: ‘En als ze
te dik zijn, dan vind ik het niet meer leuk! Ik houd van slanke mannen.’
De pubertijd bracht
zoals voor elke puber ook voor Wilke onzekerheid mee. ‘Je gaat je realiseren
dat je anders bent dan anderen. Er zijn pubers die zich doodschamen omdat ze
vol met pukkels zitten en ik schaamde me dood omdat ik niet kon kijken en
met zo’n stok over straat moest lopen. Het anders zijn, dat is lastig.’ Dat
het hoofdstuk ‘stok’ op een gegeven moment gesloten kon worden, was een hele
verademing voor Wilke. IJdel als dat ze is, zag ze in haar beeld er altijd
heel raar uit met een stok. ‘Wat was ik blij toen ik het fenomeen
geleidehond ontdekte,’ zegt ze lachend. ‘Ik kon vanaf toen ook weer rennen.
Die hond lette wel op dat er niets gebeurde. Heerlijk!’
Leren kijken
Net zoals een stok haar
volgens eigen zeggen niet staat, weet ze dat ze ook helemaal geen
pastelkleuren moet dragen. Want bij kleuren heeft ze wel degelijk een
voorstelling, al kan ze niet precies verklaren hoe ze dat precies doet. ‘Het
is iets heel raars. Ik kan me alles voorstellen bij blauw, wit, zwart en
blond. Ik kan zelfs kleurencombinaties bedenken die kloppen. Het moet komen
doordat mensen het mij hebben verteld. Mensen vinden altijd van alles en dat
is leuk. Ze vertellen namelijk ook waarom ze een kleur wel of niet leuk
vinden. Als ik mij kan vinden in de reden, kan ik voor mijzelf ook nagaan
wat ik wel en niet mooi vind. Maar als ik droom zijn die kleuren er niet. Ze
zijn er alleen als ik er iets mee wil.’
Ook van veel voorwerpen
die niet gemakkelijk aan te raken zijn, heeft Wilke een beeld. In haar boek
komt naar voren dat ze dit vooral aan haar vader heeft te danken. Wanneer ze
als kind een vreemd geluid hoort komen uit de lucht, legt haar vader uit dat
het een vliegtuig is. Met behulp van een papiertje vouwt hij er één voor
haar, zodat ze het kan aanraken. Dat deed hij ook met een boom, de sterren
en de maan. Wilke: ‘Maar mensen leggen mij ook nu nog duidelijk uit wat ze
zien. Ik liep laatst met mijn buurvrouw en die vertelde mij over een
regenboog die ze zag. Zo kom ik aan mijn informatie en maak er een beeld
van. Of die beelden kloppen weet ik niet, maar ik heb er genoeg aan’.
Hoewel in het boek naar
voren komt dat blind zijn één aspect is van wie je bent en Wilke verder zo
normaal mogelijk probeerde te leven, geeft de schrijfster toe dat het zeker
niet altijd gemakkelijk is als je niets kunt zien. Maar het is pas sinds de
laatste jaren dat ze heeft geleerd vriendelijk tegen zichzelf te zijn. ‘Ik
ben tegenwoordig minder hard voor mijzelf als dat ik vroeger was. Mijn hele
leven lang heb ik over mijn grenzen emotionele grenzen heen gedenderd. Angst
wilde ik zo min mogelijk voelen. Op een gegeven moment ging zich dat fysiek
uiten en dat is niet goed. Ik ben door de jaren heen zachtaardiger geworden
voor mijzelf. Dit komt doordat ik heb geleerd om beter te kijken. Op
allerlei manieren. Kijken met mijn hart is er één van. Want als ik kijk met
mijn hart, dan zie ik ook echt.’
STREAMERS:
“Ik word verliefd op een
stem”
“Het anders zijn, dat is
lastig”
“Ik ben vriendelijker
voor mijzelf”
“Als ik droom, zijn er
geen kleuren”
naar boven
Interview
door Janke Wijnia
Willemeine Bol – artikel CW
(intro)
‘Kleine meid, vol van bruisend leven,
onbevreesd vallend en opstaand…’ Zo schetst Willemeine Bol (53) hoe ze als
kind de wereld verkende. Net als iedereen leerde zij kijken in een wereld
die steeds groter werd. Dat zij dat niet met de ogen deed, maar met de
andere zintuigen, was geen belemmering: “Het hoort bij mij”. Later vond zij
als blinde haar weg in de visuele wereld. Maar juist omdat ze zichzelf wilde
blijven, ging dàt niet zonder pijn. Gaandeweg leerde ze op een bijzondere
manier kijken. Ze besloot daarover te schrijven. Zo ontstond Ontmoeting,
verhalen en gedichten rond het thema ‘leren kijken’.
Het geluid van klinkende klokslagen daalt
uit de toren neer en zweeft over het grasveldje tussen de kerk en het huis
van Willemeine Bol. We luisteren er even naar en dan gaat ons gesprek aan de
keukentafel in haar knusse huis verder. Zij vertelt dat ze een keer pal
onder dat geluid van die torenklok is gaan staan. Het was op de dag dat zij
haar man ging begraven. Naar goed dorpsgebruik in het Friese Woudsend werd
de klok voor hem geluid en ze wilde alles wat er gebeurde intens ervaren. Ik
zeg, dat ik me die dag herinner. Samen met andere dorpsgenoten stond ik stil
om de stoet te laten passeren op weg naar de begraafplaats. Geen
begrafenisauto, maar een boerenwagen en op de bok, met de rug tegen de kist,
Willemeine Bol. De menner had haar zijn plaats aangeboden en liep zelf naast
de wagen.
In haar boek vertelt ze over dit afscheid
van haar lief. Het is een van de verhalen waar ze het meest tevreden over is
omdat ze vindt dat het gelukt is haar eigen beleving raak weer te geven. De
warmte die ze voelt temidden van familie en vrienden, de zorg dat haar niets
belangrijks ontgaat - onthouden waar ze het luikje van de kist neerzet om
het later terug te kunnen vinden - voor het laatst zijn gezicht strelen, de
stilte onderweg. En ook wat ze fout doet bij het graf, maar wat ze zich pas
later realiseert. ‘Ik vergeet met mijn handen te registreren hoe die kist
daar staat en te voelen hoe hij in de grond zakt. Daar krijg ik geen beelden
van en dus is het niet gebeurd.’
Bruggetjes
In ruim veertig verhalen geeft Willemeine
Bol in haar boek Ontmoeting boeiende impressies uit haar leven. Ze gaan over
de beleving van gebeurtenissen van allerlei soort: kinderpijn, dolle
fietstochtjes, het speelse leren van braille, ijspret, fel protest tegen de
blindenstok, een engelbewaarder, verzoening met de geleidehond, bevlogen
liefde, het enge van feesten, een goeie aprilgrap, confrontatie met geweld
en verlies. Eén verhaal is meer een bespiegeling: wat is eigenlijk normaal?
Het zijn vóór alles verhalen over ontmoeting want daar begint volgens de
schrijfster leren kijken mee.
Het boek is een antwoord op vragen van
mensen hoe zij alles ervaart zonder dat zij visueel kan waarnemen. Het boek
is ook een poging om ‘bruggetjes te maken over rivieren van onbegrip’.
“Onbegrip en onzekerheid hebben voor mij vaak pijn betekend en zo is het nog
steeds,” zegt ze. Maar hoe langer hoe meer besef ik: deze verhalen over
‘leren kijken’ gaan dan wel over míjn leven, maar eigenlijk ook over het
leven van ieder van ons. We zouden het allemaal beleefd kunnen hebben. Voor
elk mens is de vraag hoe je leert kijken in je leven, met wat jij bij je
geboorte hebt meegekregen. Doordat mijn ogen het niet doen, heb ik leren
kijken met mijn hart.”
Oren op oneindig
Willemeine Bol, Brabantse van geboorte,
leert lezen, schrijven en rekenen bij de nonnen in het blindeninstituut.
Haar moeder brengt haar daar en de kleine Willemeine hoort dat moeder huilt
als ze weg gaat. Ze besluit flink te zijn, want als zij nou ook nog gaat
janken, komt er niets van terecht. De nonnen zijn aardig, ze ontvangt er
veel liefde en ze leert er enorm veel. Op het grote plein, in de lange
gangen en in de vertrouwde straten rondom ‘hoort’ ze elke muur, vind spoedig
de weg en voelt zich behoorlijk vrij.
“In die tijd nam ik het besluit niet bang
te zijn, overal op af te gaan en alles zelf te doen”, zegt Bol. “Dat
besluit heeft mij in mijn leven veel gebracht, maar tegelijk veel niet. Ik
wilde niet kwetsbaar zijn. Pas later heb ik geleerd dat je dan ook veel
mist.”
Alles zelf doen, dus geen blindenstok,
maar gewoon over straat gaan, normaal zijn, dat is wat ze wil wanneer ze als
puber het instituut gaat verlaten. Als het toch moet, die stok, sleept ze
hem in protest achter zich aan. En dan ontmoet ze voor het eerst haar
beschermengel. Een vriendelijke stem zegt dat ze opzij moet, anders zal ze
in een gat vallen, want de stoep is daar opgebroken. Pas later bedenkt ze
dat ze niemand heeft horen aankomen of weggaan…
Het went om met de stok op stap te gaan.
Anders kom je buiten de vertrouwde omgeving niet ver en zeker de wereld niet
in! En het lukt - soms onzeker, soms sterk en zeker. Ze voelt wel altijd
‘ogen die kijken, kijken naar jou die haar voeten spitst en haar oren op
oneindig draagt’, zoals ze in een gedicht verwoordt. Later kost het opnieuw
heel wat om het motto ‘alles zelf doen’ los te laten en op een geleidehond
te leren vertrouwen. De hond wordt dan haar maatje op reis en gaat zelfs mee
naar Afrika waar ze een aantal jaren heeft gewoond met haar toenmalige
partner.
Liefde en pijn
Aan de nonnen van het blindeninstituut
bewaart Willemeine Bol de beste herinneringen, maar met de kerk heeft zij
niets meer. “Ik voel me niet thuis bij een oordelende God en een geloof waar
met seksualiteit en vrouw-zijn zo wordt omgegaan als in de katholieke kerk.
Ik zie wel goede kanten in het christendom, maar ook vóór die tijd bestond
er al veel wijsheid. De vraag is: met welke ogen lees je de Bijbel? Voor mij
is God liefde, stralende energie in jou en in mij, in ieder mens. Wij zijn
teveel gaan denken in plaats van te voelen en daardoor hebben we scheiding
gemaakt tussen God en de mensen en de natuur. Ik heb geleerd meer met mijn
gevoel te doen, met mijn hart te kijken. Daar ben ik erg blij mee.”
Leven in liefde, dat kun je leren, dat
kun je oefenen, daarvan is Bol overtuigd. Ze weet uit ervaring dat dat geen
leven zonder pijn is. “We moeten onze opinie laten varen dat geluk er wel
mag zijn en ongeluk niet,” zegt ze. “Het grote gemis van mijn lief is niet
het eerste dat heel erg zeer doet. Maar ik ervaar dat emoties, als ik ze
serieus neem, door mij heen kunnen stromen. Het blijft niet hangen, het
stroomt er ook weer uit. De verhalen uit het verleden worden zachter. Om
vandaag gelukkig te kunnen zijn, moet je je bewust worden dat het verleden
voorbij is.”
Spiegelogie
Kijken met je hart is oefenen, weet ze.
“Mijn pijn, mijn kwetsbaarheid, wordt iedere dag wel aangeraakt. Mensen
kunnen je door hun houding of reacties prettig en liefdevol raken, maar ook
onaangenaam. Geloof maar dat ik dan vaak spontaan een heftige reactie voel,”
zegt ze met een vrolijke lach. “Later denk ik er rustig over na. Spiegelogie,
ken je dat? Als je boos bent en in de spiegel kijkt, zie je wat je liever
niet wilt zien… Eigenlijk zie je iemand die zijn of haar verlegenheid zit te
overschreeuwen. Ik geloof dat zelden iemand een ander bewust pijn wil doen.
Boosheid ontstaat vanuit eigen pijn. Wie dat erkent, kan veel vergeven, te
beginnen met jezelf vergeven.”
Ontmoeting
(zie opmerking
boven)is behalve in druk ook in
gesproken vorm verkrijgbaar, vertelt Willemeine Bol tenslotte. Zelf heeft
zij de verhalen ingelezen op daisycd.
naar boven
Bibliotheek recensie
Titel: Ontmoeting(zie
opmerking boven)
Verhalen over leren kijken
Geschreven door: Willemeine Bol
Dit
autobiografische boek geeft op een zeer bijzondere wijze weer wat het niet
kunnen kijken met de ogen betekent voor de blind geboren auteur Willemeine
Bol (1952). In 46 korte hoofdstukken schetst zij haar leven met sprongen in
chronologische volgorde. Vanaf de dag dat ze als jong meisje naar het
blindeninstituut gaat tot het moment waarop ze als vrouw van middelbare
leeftijd haar man verliest.
Schaatsen
leren, reizen met het openbaar vervoer, relaties, haar geleidehond en koken
zijn onderwerpen die beschreven worden. Ook het titelverhaal “Ontmoeting”
vormt een van de hoofdstukken. De teksten zijn nu eens geschreven in de wat
afstandelijke “ze-“of “jullie”- vorm, dan weer in de ik-vorm. Het boek is
nergens sentimenteel. De auteur “kijkt” geregeld met haar buik; ze voelt
situaties en stemmingen aan. Veel mensen die zij voor het eerst ontmoet,
vragen zich af hoe haar wereld eruit ziet, hoe zij die beleeft zonder
visuele waarneming. Om dit aan veel mensen te kunnen vertellen, heeft ze dit
boek geschreven. Een verrassende kijk op blind zijn. Helder geschreven, vlot
leesbaar.
naar boven